Ontdek de veelzijdigheid van het Wase erfgoed!

Wase Cartografie

Het Waasland, als te karteren regio maar ook als “leverancier” van hooggekwalificeerde cartografen, heeft een grote rol gespeeld binnen de cartografische ontwikkelingen vanaf het einde van de 16de eeuw en heeft ons dan ook een zeer grote cartografische productie nagelaten. In het onderstaande volgt een kort overzicht van de belangrijke ontwikkelingen binnen de cartografie, de zeer uiteenlopende redenen waarvoor de kaarten binnen het Waasland vervaardigd werden, gecombineerd met de vermelding van enkele belangrijke cartografen, actief in of voortgekomen uit het Waasland.

De ontwikkeling van de cartografie

Alhoewel we, doordat het merendeel van de nog overgeleverde kaarten uit de postmiddeleeuwse periode stamt, geneigd zijn cartografie als een relatief recent fenomeen te beschouwen, gaat deze terug op een zeer lange traditie. Reeds ver voor het begin van onze jaartelling begon de mens met het afbeelden van de hun gekende wereld en vooral in de Griekse en Romeinse perioden werden landmeetkundige technieken verder verfijnd. Na de val van het Romeinse Rijk verschraalden de landmeetkundige technieken in West-Europa enigszins en werd het typische, met christelijke symboliek doorspekte wereldbeeld van de (vroege) Middeleeuwen vervat in zogenaamde T-O-kaarten. Die tonen de drie toen gekende continenten als een T, gevat in een ronde oceaan (O).

Vooral vanaf het einde van de 15de eeuw en in de 16de eeuw volgden de cartografische ontwikkelingen elkaar echter snel op. De belangrijkste factoren in deze heropleving van de cartografie en landmeetkunde waren de herontdekking van klassieke landmeetkundige geschriften, de ontdekkingstochten, de boekdrukkunst, de technische verbetering van het instrumentarium en de ontwikkeling van de trigoniometrie. In deze tijd kwam het zwaartepunt van de cartografie in Italië, Duitsland en de Nederlanden te liggen. In Vlaanderen vormde de Leuvense universiteit het centrum van de wetenschappelijke cartografische studie, aangevoerd door onder meer Gemma Frisius die, met medewerking van onderstaande cartografen, de trigoniometrie verfijnde; Jacob van Deventer die de beroemde provinciekaarten en een serie nauwkeurige stadsplattegronden produceerde, en uiteraard de uit Kruibeke afkomstige Gerard Mercator, bekend van de naar hem genoemde projectie. Hiermee werd de basis gelegd voor meer accurate metingen (trigoniometrie voor afstandsbepalingen) en een betere praktische bruikbaarheid van kaarten (Mercator-projectie die door hoekgetrouwheid betere navigatie toeliet).

Wase cartografen en hun werk

Ook het Land van Waas kende al vroeg een landmeettraditie. Een zeer vroege vermelding van landmeetkundige activiteit vinden we voor de 15e eeuw. In de nasleep van de befaamde “Slijkkoop van Aendorp”, waarbij hertog Filips de Goede als heer van Beveren het schorren- en veengebied ten oosten van Kieldrecht aan een consortium van investeerders verkocht, speelde de nauwkeurige opmeting van de verkochte gebieden een belangrijke rol. Maar naar analogie met de kuststreek (waar al cartografische producten uit de 14de eeuw gekend zijn) kan een nog vroegere landmeetkundige activiteit zeker verondersteld worden. De echte doorbraak volgde echter pas op het einde de 16de eeuw. Vanaf dan zien we in het Waasland de cartografische productie een gigantische sprong vooruit maken. Er werden vele kaarten vervaardigd die soms regionaal maar in vele gevallen ook eerder lokaal georiënteerd waren.

De regionale kaarten die het hele Waasland beslaan, en waarvan de oudste nog bewaarde exemplaren dateren van rond 1580, werden vaak om eerder esthetische doeleinden vervaardigd en zijn dan dikwijls ook niet uiterst nauwkeurig te noemen. Temeer omdat deze lang niet altijd op een volledige terreinopname konden steunen. Een voorbeeld daarvan is de kaart “Wasia” die bewaard wordt in de Bibliotheca Wasiana. Dit wil echter niet zeggen dat deze kaarten voor een studie van het voormalige Wase landschap onbelangrijk zijn: kaarten als die van Nicolaas Visscher (lid van het beroemde Amsterdamse productiehuis van kaarten en atlassen) geven een prachtig beeld van de toestand van het Waasland in de vroege 17de eeuw. Soms werden regionale kaarten ook met een veel specifieker doel vervaardigd. Gezien het (noorden van) het Waasland een frontier-zone vormde tijdens onder meer de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) zijn vele kaarten met specifiek militaristische doeleinden vervaardigd. Soms als weergave of soort “verslag” van een belangrijke gebeurtenis, zoals het beleg van Antwerpen (in kaart gebracht door Jan Luyken) of de slag bij Kallo, soms als inventarisatie van aanwezige forten(-linies) of als militaire documenten en soms als weergave van de gevolgen (lees: inundaties) van de constante strijd in de grenszone.

Landschapsstudie en grondbezit

Voor de landschapsreconstructie zijn echter vooral de meer lokale kaarten van onschatbare waarde, aangezien deze veel nauwkeuriger vervaardig werden. Gelukkig zijn hier vele van overgeleverd. Deze lokale kaarten werden om zeer uiteenlopende redenen vervaardigd. In het poldergebied in het noorden van het Waasland zien we vele kaarten opduiken, ondermeer om bedijkingsplannen weer te geven of om het te bedijken of bedijkte gebied nauwkeurig in kaart te brengen. Dergelijke kaarten werden vaak verplicht gesteld in zogenaamde “bedijkingsoctrooien” waarin de voorwaarden van een bedijking werden opgesomd. Hierbij werd vaak beroep gedaan op uit het Waasland afkomstige cartografen. Zo komen we kaarten tegen die vervaardigd werden door Gillis Van Goethem (geboren te Vrasene in 1684) en Baudewijn Speelman (Nieuwkerken-Waas, 1642). Een aantal van deze polderkaarten werd overigens in de 18de eeuw gekopieerd door de familie Hattinga en zijn in die vorm opgenomen in de online tentoonstelling.

Grondbezitregistratie vormde echter zowel binnen de polders als in de rest van het Waasland één van de belangrijke drijvende krachten achter de vervaardiging van kaarten. Dit kon (in grote lijnen) op een tweetal manieren gebeuren: enerzijds werden kaarten vervaardigd die specifiek de bezittingen van één grootgrondbezitter weergaven. Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we van de hand van François Horenbault die de bezittingen van de Sint-Baafsabdij in en aan de Moervaartdepressie karteerde. Deze kaart bevat een zeer gedetailleerde voorstelling (inclusief de best gekende afbeelding van het aangrenzende Baudelo-klooster te Klein-Sinaai) van de depressie en is, een typisch fenomeen voor de vroegste kaarten, “omgekeerd” georiënteerd met dus het Zuiden aan de bovenzijde van de kaart.

De tweede en frequenter voorkomende aanpak was het karteren van alle grondbezitters binnen een welomlijnd gebied zoals een polder of een parochie. Dit kon gedaan worden in de vorm van een “klassieke” kaart of in ingebonden boekvorm. Zo vinden we prachtige kaartboeken van de Koning-Kieldrechtpolder door Johannes Fransiscus Maes (geboren te Nieuwkerken-Waas) en van onder andere Melsele en Bazel door telgen van het Wase cartografengeslacht Du Caju. Overigens gaf dit grondbezit uiteraard aanleiding tot conflicten en processen, waarbij kaarten vaak als bewijsmateriaal werden vervaardigd.  Niet altijd werden alle eigenaars vermeld; soms diende enkel de oppervlakte van percelen bepaald te worden. Zo komen we uit bij een ander zeer interessant aspect van de cartografische productie. Niet iedereen werd zomaar in staat geacht om kwalitatief hoogstaande kaarten te vervaardigen. Aspirerende landmeters werden dan ook onderworpen aan een landmetersproef om zo beëdigd landmeter te kunnen worden. Op deze manier zijn kaarten, die bij wijze van examen vervaardigd dienden te worden, bewaard gebleven van bijvoorbeeld van de hand van de Petrus Stijnen die in 1739 ondermeer de “Heije van Haesdonk” karteerde, geschikt werd bevonden en vanaf dan als landmeter mocht optreden.

Bovenregionale kaarten

Vanaf het einde van de 18de eeuw zien we een trend waarbij een (nog altijd vrij grootschalige kartering) op een eerder supraregionaal niveau gebeurde. De meest beroemde kaarten zijn uiteraard die van De Ferraris (eind 18de eeuw) en Philippe Vandermaelen (halverwege de 19e eeuw). Ook (pre-)kadastrale bezitsregistraties verschoven van het zeer lokale niveau naar omvangrijker niveaus. Vanaf 1807 werden alle Belgische percelen opgemeten en gekarteerd in de vorm van de grootschalige “Primitieve Kadasterplans”, een werk dat pas in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw werd afgerond. De gegevens omtrent eigenaars en kadastraal inkomen werden in bijbehorende aanwijzende tafels en kadastrale leggers opgenomen. In de jaren ’50 en ’60 van dezelfde eeuw werden deze gecommercialiseerd en uitgegeven door P.C. Popp. In de twintigste eeuw zien we dan de welgekende zeer gedetailleerde topografische kaarten van het MGI en NGI verschijnen.

Conclusie

Concluderend kan gesteld worden dat het Waasland “mee” was met de 16de-eeuwse sprong in de cartografie, zelfs een belangrijke theoretische bijdrage (van de hand van Mercator) leverde en dat lokale Wase cartografen een zeer belangrijke rol in de nauwkeurige kaartvervaardiging speelden. Via de eerste regionale kaarten, over de prachtige 17de- en 18de-eeuwse lokale kaarten tot en met de supraregionale 19de-eeuwse midden- en grootschalige kaarten krijgen we dankzij deze uitzonderlijke cartografische productie een prachtig beeld van de geschiedenis van het Wase landschap.

(Tekst: Iason Jongepier - Universiteit Antwerpen)

Verdere lectuur

Voor wie zich verder wil verdiepen in de boeiende wereld der cartografie volgen hier nog enkele, thematisch gerangschikte, referenties:

Algemeen overzicht cartografie en technieken

BROWN, L. A. (1950) The story of maps, Boston, Little, Brown.

DE MAEYER, P., DE VLIEGHER, B. M. & BRONDEEL, M. (2004) De spiegel van de wereld: fundamenten van de cartografie, Gent, Academia Press.

HARLEY, J. B. (Ed.) (1987) The history of cartography, Chicago, Ill., Chicago University Press.

Cartografie in de Nederlanden

BOSSU, J. (1982) Vlaanderen in oude kaarten: drie eeuwen cartografie, Tielt, Lannoo.

KOEMAN, C. (1983) Geschiedenis van de kartografie van Nederland: zes eeuwen land- en zeekaarten en stadsplattegronden, Alphen aan den Rijn, Canaletto.

VAN DER HEIJDEN, H. A. M. (2001) Kaart en kunst van de zeventien provinciën der Nederlanden, met een beknopte geschiedenis van de Nederlandse cartografie in de 16de en 17de eeuw, Alphen aan den Rijn, Canaletto/Repro-Holland.

Werken met aandacht voor Wase kaarten

BUYS, F., GOOSSENS, C. & KEGELS, M. (2005) Beveren aangekaart: groot-Beveren in vijf eeuwen cartografie, Beveren, Hertogelijke Heemkundige Kring "Het Land van Beveren".

DE KRAKER, A. M. J. (2007) De ontwikkeling van het landschap. IN WILSSENS, M. (Ed.) Singelberg: het kasteel en het land van Beveren. Tielt, Lannoo.

VAN GERVEN, R. (1977) De Scheldepolders van de Linkeroever (Land van Waas en Land van Beveren): bijdrage tot de geschiedenis van natuur, land, volk, Beveren.

Het landmetersberoep

JANSSENS, L. (2006) Kaarten op bestelling. De beroepsgroep van land- en edificiemeters in het hertogdom Brabant en de landen van Overmaas (1685-1795). Leuven, KU Leuven.

Binnen het project "De Potige Polders" werd ook een inventaris aangelegd van Wase kaarten, gevonden binnen en buiten de regio. Deze inventaris wil als "work in progress" een eerste houvast bieden aan onderzoekers van de regio. Ze kan gedownload worden via deze link.

Bekijk tentoonstelling
Delen Facebook Twitter Delicious Send to a friend