Ontdek de veelzijdigheid van het Wase erfgoed!

De Durme

De Durme van toen: de meersen, oude bruggen, schepen aan de Lokerse kaai en kaarten van vóór de rechttrekkingen. Tot de komst van tractor en auto lagen er langs de rivier lucratieve hooilanden en vóór het dichtslibben bracht de rivier handelsschepen naar Lokeren en ervoorbij. Maar dit verleden is nu verdwenen, om plaats te maken voor nieuw leven: pleziervaart, vissen in de Oude Durme, akkerbouw in de drooggelegde meersen en natuurgebied in het Molsbroek.

De "Durme"

Krachtens een ministerieel besluit uit 1936 slaat de benaming Durme alleen nog op het gedeelte dat loopt van de samenvloeiing van Moervaart en Zuidlede bij Daknam tot de monding in Tielrode, over een afstand van 23,8 km. Een groot deel daarvan vormt de grens tussen het Land van Waas en het Land van Dendermonde. De gemeenten op haar linkeroever zijn Daknam, Lokeren, Waas­munster, Elversele en Tielrode; op haar rechteroever Daknam, Lokeren, Zele, Waasmunster (Sint-Anna) en Hamme.

Oorsprong

De Durme (van het Keltische dur = water) was eens een belangrijke bijrivier van de Schelde. Ze ontsprong nabij het West-Vlaamse Tielt en mondde bij Temse uit in de Schelde. Volgens sommige geologen was haar bedding al gevormd op het einde van het kwartair tijdvak, drieduizend jaar ge­leden. Anderen menen dat het vormingsproces al in het tertiair zou hebben plaatsgehad, dus meer dan 2,5 miljoen jaar geleden.

Uit archeologische opzoekingen en toevalsvondsten tijdens baggerwerken, of bij het uitpotaarden of uitzavelen van akkers, mag worden besloten dat er prehistorische bewoning was in de Durme­vallei. Ook de Gallo-Romeinen waren in de eerste eeuwen van onze jaartelling nadrukkelijk aanwe­zig. De belangrijkste vindplaats totnogtoe is vicus Pontrave, op de Durmeoever in Waasmunster.

Eb en vloed

Pas in de dertiende eeuw werd de Durme een getijderivier, doordat op dat moment via de Schelde een verbinding ontstond met de Westerschelde. Toen omstreeks 1240 - na een springtij - de Schelde haar oude bedding verliet en gedeeltelijk die van de Durme innam, kwamen Driegoten en Hamme voor het eerst aan de Schelde te liggen. Weert, dat ooit bij Temse hoorde, ligt sindsdien bij Bornem op de rechteroever. En de Durmemonding verschoof stroomopwaarts, van Temse naar Tielrode.

Eilanden

In de bedding van de Durme lagen eeuwenlang twee eilanden. Het eerste lag in de Durmemon­ding bij Tielrode. Volgens sommige bronnen ontstond het toen de Schelde rond 1240 haar bedding verlegde. In oude documenten wordt het Luizenbos genoemd. Tijdens de Spaanse overheersing zou er een schans hebben gestaan met afweergeschut tegen Staatse indringers. Tegen het mid­den van de 19de eeuw was het volledig weggespoeld.

Een tweede eiland, dat door naamsoverdracht eveneens Luizenbos werd geheten, bevond zich meer stroomopwaarts ter hoogte van het Kleinbroek van Elversele. Het verdween in 1935 toen de Durme werd rechtgetrokken ter bevordering van de scheepvaart.

Economisch belang

Vanaf de late middeleeuwen tot een stuk in de twintigste eeuw was de Durme een belangrijke ri­vier. Niet alleen vanwege de rijkdom aan paling en vis of vanwege de vruchtbaarheid van het slib dat ze afzette op haar oevers, maar ook omdat ze scheepvaart toeliet en via talrijke vertakkingen aansluiting gaf op andere waterlopen, tot in Nederland toe.

Dat bracht ook heel wat havenactiviteit mee en elke Durmegemeente had zijn eigen laad- en los­kades. Denk maar aan het Roelandtshof en Rochus in Tielrode, De Koolputten en het Kaaiken in Sombeke, de gemeentekaaien van Hamme en van Waasmunster, de stadskaai van Lokeren enz. De verbindingen tussen de twee oevers werd verzekerd door veerponten en bruggen.

Verval

De geleidelijke ondergang van de Durme als waterweg werd voorbereid in de 16de eeuw. Zo gaf keizer Karel V in 1547 toestemming tot het graven van de Sassevaart, die op 4 april 1562 voor de scheepvaart werd opengesteld (en die tot het ontstaan leidde van de Zeeuws-Vlaamse gemeente Sas van Gent). De Durme-Moervaartloop tussen Langerbrugge en Rodenhuize werd opgenomen in dit nieuwe kanaal. Toen men enkele eeuwen later vaststelde dat de Moervaart te veel water ont­nam aan dit kanaal werd bij ordonnantie van 26 augustus 1779 een sas geïnstalleerd aan de brug­gen. De Durme verloor daardoor een deel van haar opperwaters en zag haar waterhuishouding een eerste keer ernstig verstoord worden.

Een andere nefaste ingreep was het graven van het zeekanaal Gent-Terneuzen in de jaren 1823-1827. Dit 32 km lange kanaal nam grotendeels de bedding in van de oude Sassevaart. Op de rechteroever van het kanaal, in Rodenhuize, bouwde men een sluis die de verbinding moest re­gelen met de Moervaart. De Durme werd daardoor afgesneden van haar bronnen en verloor op­nieuw een aanzienlijk deel van haar opperwaters.

Sindsdien was het verzandings- en aanslibbingsproces onomkeerbaar. Bij elke vloed werden im­mers massa’s zand en slib meegespoeld, die zich afzetten in de talrijke meanders en kronkels van de Durme en die niet meer mee terug werden gevoerd door de verzwakte opperwaters.

Strijd tegen verzanding

Men zocht toen zijn heil in rechttrekkingen. Eerst in Lokeren, later ook op andere plaatsen stroom­afwaarts: ter hoogte van de kerk van Waasmunster, en tussen Hamme en Elversele/Tielrode. Door bovendien regelmatig baggerwerken uit te voeren, bleef de rivier tot aan de Eerste Wereldoorlog min of meer bevaarbaar.

Daarna werd de toestand snel onhoudbaar. Een drastisch plan om in de Durmemonding een sluis te bouwen (en zo de rivier integraal te kanaliseren), werd niet uitgevoerd omdat men vreesde voor het waterregime van de Schelde. De overheid nam daarom in de jaren 1930 haar toevlucht tot in­tensieve baggerwerken en rechttrekkingen: van 1931 tot 1934 in Waasmunster, waardoor de nieu­we brug bijna driehonderd meter verder van de kerk kwam te liggen; van 1935 tot 1937 tussen Hamme en Waasmunster, waardoor het vissersparadijs Oude Durme in Hamme ontstond. De laat­ste rectificatie, tussen de Grote Kaai en de Oude Brug in Lokeren, werd uitgevoerd (en gefilmd) in het jaar 1956.

De Durme werd door al die ingrepen weer min of meer bevaarbaar, al verkleinde de tonnenmaat stelselmatig. En voor het goederentransport was er natuurlijk de toegenomen concurrentie van trein en vrachtwagen.

De Durmetrafiek hield langst stand aan de grote kaai in Hamme (tot ca. 1970). Vandaag wordt de Durme hoogstens nog bevaren door pleziervaartuigen en een zeldzaam baggerschip.

Strijd tegen overstroming

De Durme kreeg ook eeuwenlang te maken met overstromingen. Kroniekschrijver Danneel Braem (1685-1745) rapporteert bv. over een waterramp in 1682 waarbij de lijken van het kerkhof van Tielrode tot in de meersen dreven. Bekender is de watersnood van 1953 - enkele jaren geleden nog verfilmd in de Nederlandse film Storm, met de potpolder van Tielrode als decor -, waarbij een combinatie van een springtij en een urenlang aanhoudende noordwesterstorm met windkracht 12 ervoor zorgde dat het Noordzeewater tot recordhoogte werd opgestuwd. In Nederland vielen meer dan 1.800 doden en 100.000 daklozen. In België werden 28 doden geteld, waarvan twee in het Grootbroek in Elversele.

De Nederlanders hadden hun les geleerd. Met hun ambitieuze Deltaplan groeiden ze in de decen­nia erna uit tot absolute trendsetters in de strijd tegen het water. In België moest op 3 januari 1976 eerst nog het Rupeldorp Ruisbroek overstromen, alvorens er maatregelen werden genomen. Het Sigmaplan (1977) was een kwarteeuw na het Deltaplan het Belgische antwoord op de voort­durende dreiging van watersnood. Eén element in dat plan waren de dijkverhogingen, maar veel revolutionairder was de keuze om het water af te leiden naar 13 gecontroleerde overstromingsge­bieden (potpolders). Begin 2012 zou ook het dertiende en laatste, dat van Kruibeke-Bazel-Rupel­monde (600 ha), operationeel moeten zijn.

Momenteel ligt het Hernieuwd Sigmaplan (2005) ter uitvoering. Dat impliceert bijkomende dijk­werken en gecontroleerde overstromingsgebieden, waarin overtollig water tijdelijk of permanent kan worden gebufferd. Tal van meersgebieden, onder meer het Grootbroek en het Kleinbroek in Elversele, worden ontpolderd en teruggegeven aan de Durme. Ze zullen dus evolueren tot natuur­gebieden met zoetwaterslikken en -schorren, maar zonder landbouw.

(Luc Peleman, 28 oktober 2011)

Bekijk tentoonstelling
Delen Facebook Twitter Delicious Send to a friend